Interviews Gepubliceerd op 9 juli 2020

Interview met Thamar van Plug & Play Tech Centre München - "Duitse corporates staan open voor Nederlandse startups"

Voor de serie “Succesvol ondernemen in München” ging NLinBusiness dit keer op bezoek bij Thamar van Damme, 31 jaar en sinds september 2018 corporate partnership manager bij het start-up-platform Plug & Play Tech Center in München.

De stofwolken van de wereldwijde coronacrisis lijken langzaam op te trekken, hoewel het alle hens aan dek blijft. Een mogelijke tweede golf ligt op de loer en zowel in Duitsland als in Nederland lijkt ‘het nieuwe normaal’ nog wel een poosje bij ons te blijven. Ook bij Plug & Play, waar we vandaag te gast zijn, heeft het coronavirus een blijvende impact. “Vrijwel alle evenementen en conferenties waar wij bij betrokken zijn, zijn uitgesteld of volledig geannuleerd”, zegt Thamar, terwijl hij twee kopjes koffie inschenkt. Toch biedt een ingrijpende crisis als deze ook kansen: “We zien enerzijds inderdaad dat bedrijven een pas op de plaats maken en aangeven nu andere prioriteiten te hebben. Anderzijds zijn er ook veel corporates, die nu inzien dat innovatie cruciaal is en daarom juist nu investeren in innovatie. Wat dat betreft heeft Covid-19 echt voor een versnelling gezorgd op innovatiegebied.”

De rol van Thamar 

Thamar is geboren en getogen in Zeeuws-Vlaanderen, heeft fiscaal recht gestudeerd in Tilburg, enkele jaren gewerkt als belastingadviseur en als digital marketeer bij Unilever en is vervolgens in september 2018 terechtgekomen bij Plug & Play in München. “Ik kende iemand die bij Plug & Play werkte en kreeg zo een eerste indruk van het bedrijf. Toen ik hoorde dat de positie van corporate partnership manager vrijkwam, heb ik niet lang hoeven nadenken. Vanaf dag één voel ik me heel erg thuis in deze internationale start-up-sfeer, waar iedereen elke dag met aanstekelijk optimisme bezig is. Dat zie je lang niet bij elk bedrijf of organisatie.” Thamars hoofdtaak is om meer corporate partners bij het Plug & Play platform te betrekken. In München zijn er op dit moment twaalf corporate partners uit de Europese verzekeringsbranche, waaronder het Nederlandse Achmea.

Ene Larry Page en Sergei Brin zochten naar kantoorruimte…

Het verhaal van Plug & Play begint in het start-up-Mekka van de wereld, Silicon Valley, in een pand waar Perzische tapijten worden verkocht. Op zoek naar extra inkomsten besloot de eigenaar van het pand, de Iraanse Amerikaan Saeed Amidi, een deel van het pand te verhuren aan twee jonge ondernemers die met hun pas gelanceerde internetzoekmachine de wereld zouden veroveren. De namen van de heren: Larry Page en Sergei Brin, de naam van het bedrijf: Google. Het duurde niet lang voor Google alweer op zoek moest naar een groter pand en Amidi dus op zoek kon naar een nieuwe huurder. Dat zou Peter Thiel van het online-betaalsysteem PayPal worden. “Saeed had eerst niet zoveel vertrouwen in PayPal en vroeg Peter Thiel daarom om een borg van twee jaar huur te betalen. Dat geld zou Saeed dan direct in PayPal investeren”, vertelt Thamar. Het bleek een gouden zet te zijn.

Na het succes van PayPal besloot Saeed het groter aan te gaan pakken en richtte in 2006 het Plug & Play Tech Center op. Anno 2020 bestaan er 30 Plug & Play Tech Centers wereldwijd, waarvan vijf in Duitsland (waaronder München dus) en ook één in Amsterdam. “We zijn daarmee het grootste start-up-platform ter wereld”, aldus Thamar. “Het primaire doel van Plug & Play was (en is) om innovatie binnen grote ondernemingen te versnellen, door de verbinding te leggen tussen corporates en de beste startups ter wereld.” Elk centrum richt zich op specifieke sectoren, naar gelang de vraag en behoefte van de (lokale) corporates. Zo heeft München speciale programma´s op het gebied van ‘Brand & Retail’, ‘Insurtech’, en ‘Health & Wellness’. In Amsterdam ligt de focus met name op ‘Fintech’, ‘Smart Cities’ en net als in München ‘Insurtech’.

 “Behoeften van corporates zijn ons uitgangspunt”

Wat Plug & Play volgens Thamar onderscheidt van andere start-up-incubators en accelerators is het feit dat niet alleen vanuit de start-up, maar vooral vanuit de corporate wordt gedacht en geredeneerd. “Onze kracht is dat we met onze venture teams steeds in contact zijn met vertegenwoordigers van onze corporate partners, waardoor we op de hoogte zijn van de problemen en challenges die er bij hen zijn”, legt Thamar uit. “We zitten heel dicht op de corporates en hun behoeften zijn dan ook ons uitgangspunt. Van daaruit kunnen we corporates heel snel en gericht met de juiste startups koppelen.”

“Doordat de momenteel 30 Plug & Play Tech Centers wereldwijd nauw met elkaar verbonden zijn, kan een grote corporate onderneming uit bijvoorbeeld München net zo makkelijk gekoppeld worden met een start-up in Singapore als uit München”. Thamar geeft aan dat in de 21e -eeuwse informatie-economie fysieke barrières eigenlijk niet meer hoeven te bestaan. “Als een Nederlandse start-up een oplossing voor een bepaald probleem heeft ontwikkeld, moet dit beschikbaar worden gesteld aan bedrijven over de hele wereld. Plug & Play helpt daarbij.”

Focus op ´later stage´ startups

Op dit moment zijn ruim 20.000 startups verbonden met het wereldwijde netwerk en vormen daarmee de ruggengraat van Plug & Play. Alle startups worden vooraf geïnterviewd en geëvalueerd voor ze in het P&P-platform opgenomen worden. Hierdoor zorgt Plug & Play ervoor dat alleen kwalitatief goede startups bij de corporate partners geïntroduceerd worden. Startups betalen niets om aan het platform gekoppeld te zijn, legt Thamar uit. “Het verdienmodel van Plug & Play is gebaseerd op de meer dan 200 investeringen die per jaar worden gedaan. Ook vragen we een corporate membership fee om alle operationele kosten te kunnen dekken. Dit zorgt ervoor dat corporates ‘skin in the game’ hebben en niet enkel een relatie met ons aangaan voor publiciteit. Niet iedere start-up komt automatisch in aanmerking. We richten ons op zogenaamde ´later stage´ startups. Wij schrijven bijvoorbeeld geen businessplannen of iets dergelijks”, aldus Thamar. Startups, die echt nog aan het begin van hun onderneming staan, ´early stage´ startups, worden vaak doorverwezen naar specifieke platforms.

“Ik zal een voorbeeld noemen”, gaat Thamar verder. “Een van onze corporate partners is de Versicherungskammer Bayern (VKB). Een grote kostenpost voor de VKB is het maken van een risico-assessment bij schade aan gebouwen, bijvoorbeeld door hagel. Wij kregen het verzoek om te kijken naar een startup die de VKB hierbij kon helpen. Zo´n start-up hadden wij inderdaad in ons netwerk, Fairfleet. Fairfleet heeft drones ontwikkeld die schade aan gebouwen in kaart kan brengen en op basis daarvan wordt dan een risico-assessment gemaakt. De kostenbesparing door deze innovatieve methode is behoorlijk, evenals de tijdbesparing (voor de klant) en risicobesparing (om het assessment te doen).”

“Duitse corporates staan open voor Nederlandse startups” 

Met vijf locaties in Duitsland heeft Plug & Play alleen in China meer Tech Centers (zes). Veel kansen voor startups en dus ook voor die uit Nederland. “Ja zeker”, beaamt Thamar. “Duitsland is een echt industrieland, waar de komende jaren veel dingen zullen veranderen en ook vernieuwen. Goed ondernemen is vooruitzien en dat willen de grote corporates hier natuurlijk ook doen.” Duitse bedrijven hebben volgens Thamar nog een slag te slaan en hier moeten Nederlandse startups dan ook zeker op inspelen. “Nederland ligt op het gebied van innovatie en IT vaak iets voor op Duitsland. Dat weet men hier ook. Vandaar dat Duitse corporates ook met interesse kijken naar wat er in Nederland gebeurt en staan dus open voor samenwerken met Nederlandse startups.”

Wel wijst Thamar erop dat Duitse corporates net als hun Nederlandse tegenhangers redelijk behoudend zijn en resultaatgericht. “Ook hier moet je van tevoren al goed in kaart brengen wat de return of investment is. Beide landen zijn niet zo Amerikaans, waar men al gauw denkt ´we beginnen gewoon en zien wel wat er uiteindelijk uitkomt´. Als je een goed en helder businessplan hebt, gaat het je overigens ook in Duitsland lukken. Wij zijn graag bereid om startups daarbij verder te helpen.”

 

Thamar van Damme